Speler A Je bent dol op je broer, jullie zijn elkaars beste vrienden, delen lief en leed en nu
is hij ernstig ziek. Je bent van plan een stamceldonatie te doen om zijn leven te redden. Dit
nieuws deel je met je vader/moeder.
Speler B Je bent de vader/moeder van speler A. Jij weet dat A’s broer geen bloedverwant is, hij is geadopteerd, dus stamceldonatie is niet mogelijk.